‘Vliegtuigen,’ zegt Fien. ‘Heel veel vliegtuigen. Ik kan uit mijn raam alleen niet zien waar ze heen gaan.’
‘Jij was op weg naar het dak,’ begrijpt haar vader. Hij haalt zijn hand door zijn haar. ‘Ga maar vast. Ik kom zo.’
Fien is wakker geworden van de vliegtuigen. Het is oorlog! Zij vindt het eerst vooral spannend, maar voor haar beste vriend en buurjongen David ligt dat anders. Hij is Joods, en vijf jaar geleden met zijn vader uit Duitsland naar Nederland gevlucht. Nu moet hij weer vluchten. Naar een tan…




