In dit boek gaat Wagner in op de maatschappelijke functie van kunst. Hij stelt zijn Gesamtkunstwerk in dienst van een universeel humanistisch ideaal – een utopische, ‘zuivermenselijke’ gemeenschap. Maar hoe verhoudt dit ideaal zich tot zijn Duits-nationalistische opvattingen? Hoe kunnen we dit rijmen met zijn antisemitisme?
Wagner verschijnt in diverse gedaanten: als hemelbestormende revolutionair rond 1848, als artistieke adviseur van de Beierse koning in de jaren ’60 en aan het einde van zijn leven als pro…




