‘Een deftige dame komt binnen en pakt met twee gespitste vingers een broodje kaviaar op, meteen zorg ik ervoor dat zij mij opmerkt, maar zo alsof haar aandacht mij worst is. Ik heb intussen tijd gevonden mij van een nieuw pilsje te voorzien. De deftige vrouw geneert zich er een beetje voor in de kaviaarlekkernij te bijten, ik beeld me natuurlijk onmiddellijk in dat ik het ben en niemand anders door wie zij haar lust om toe te happen niet zo helemaal
volledig onder controle heeft. Je vergist je zo gauw en zo…




