‘(…) en toen ik mijn ogen sloot zag ik in rode vlekken en wit licht de schim die als de wind kwam met manen trotse tors en al en mij opving en op de grond legde mij ontrolde als een baal stof en ik verliet mijn lichaam steeg op en zag mezelf daar liggen bedekt door schaduw en licht en onder ons ritselde het gras en kraakten de dorre bladeren en takjes en groene hagedissen glipten alle kanten op onder ons vandaan lachstemmetjes dansten om ons heen sieraden die op marmer vallen (…)’
Een jongeman vervalt in ee…




